Energietransitie op kleine schaal met zonnepanelen, Nexus-thuisbatterij, Nexus- en SMA-omvormers en een Alfen-laadbox: duurzaamheid in eigen huis
Het moet halverwege 2010 geweest zijn, dat ik bij het afscheid van Joost van Dijk als CEO van E.on Benelux in Rotterdam een voordracht beluisterde over de veranderende positie van energiegebruikers. Zowel groot- als kleinverbruikers zouden in de nabije toekomst waarschijnlijk transformeren van ‘consumer’ naar ‘prosumer’: producenten, die de met zonnepanelen opgewekte energie zelf zouden gebruiken of verkopen. Die transformatie zou niet zonder gevolgen blijven voor (toenmalige) grootschalige energiebedrijven als E.on, Electrabel en Eneco, zo luidde de voorspelling. De energiebedrijven moesten rekening gaan houden met belangrijke verschuivingen op de – overigens Europese -elektriciteitsmarkt. Ik herinner me niet, of in het toen opvallende betoog ook de positie van en interactie met netbeheerders aan de orde is gesteld. Maar intussen staat wel vast, dat de forse transitie naar duurzame elektriciteitsopwekking via windmolens en zonnepanelen een (te) zware belasting voor de elektriciteitsnetten is geworden.
De actuele ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie – overigens los van de tijdelijke verstoringen van de markt als gevolg van alle oorlogsgeweld – doen mij terugdenken aan mijn interventies in de Tweede Kamer, toen ik als energiewoordvoerder vooral bekend werd als voorstander van kernenergie. Dat waren geen gemakkelijke jaren, zowel door de grote politieke verdeeldheid over de toepassing van kernenergie als door de ongevallen met kerncentrales elders. Het tussen 1981 en 1985 langzaam herwonnen draagvlak voor kernenergie verdween door die ongevallen weer als sneeuw voor de zon. De experimentele reactor in Dodewaard werd gesloten, en de kerncentrale Borssele werd met sluiting bedreigd: gelukkig tevergeefs. Inmiddels het maatschappelijk en politieke draagvlak voor kernenergie weer gegroeid: een gevolg van de verrechtsing, maar ook van het toenemend besef, dat de elektrificatie noopt tot diversificatie: wind, zon en kernsplijting.Hoewel ik kernenergie bleef steunen, pleitte ik – ook in de laatste jaren van mijn Kamerlidmaatschap – sterk voor de inzet van wind- en zonne-energie en de daarbij noodzakelijke opslagsystemen. Het plan van Ir Lievense voor de opslag van windenergie in een Ijsselmeer-bekken vond in mij een stevig pleitbezorger . Datzelfde gold voor de stimulering van kleinschalige zonne-energie. Toen ik mijn verzoek om startsubsidies voor kleinverbruikers onderbouwde met de pittige offerte van Nuon voor mijn eigen huis, reageerde minister Wijers met de plaagstoot: ‘Dan moet u wel een heel groot huis hebben’. Op het platte dak van mijn huis liggen nu – een kwart eeuw later – achttien zonnepanelen. Twaalf panelen zijn geplaatst in 2012, kort na de onthulling van de Zonneboom: een kinetisch kunstwerk van Andreas Hetfeld, dat deel uitmaakte van mijn advies over de bevordering van zonne-energie in de stedelijke omgeving. In 2016 heb ik op het resterend oppervlak nog zes panelen kunnen toevoegen.

De mislukte interventie bij minister Wijers in 1996 weerhield mij niet van een latere, financieel aantrekkelijker aanbieding van Nuon: plaatsing van vier zonnepanelen met elk een eigen omvormer, die ik in de bijkeuken had laten monteren. Het was geen gezicht, maar het systeem werkte wel. De opgewekte stroom ging rechtstreek naar het net. De klassieke meter in de energiekast liet zien dat bij voldoende zonkracht de meter terugdraaide. De opbrengst nam in de loop van de tijd af. De grotere efficiëntie van nieuwe panelen leidde in 2012 tot het besluit om de vier oude panelen te vervangen door twaalf moderne panelen. De vier enkelvoudige omvormers verving ik door een centrale omvormer. Vanaf 2015 werden zonnepanelen een soort ‘commodity’: een algemeen aanvaard product, dat op steeds grotere schaal toepassing vond: op daken van huizen en grote gebouwen, maar ook in weilanden en afvalbergen. Intussen maakten de forse uitbreiding van het oppervlak aan zonnepanelen en de inpassing van het eveneens toegenomen windvermogen de opslag van discontinue energie nog urgenter.

Tijdelijke omzetting van duurzame energie in waterstof is een even serieuze als kostbare oplossing, die bovendien alleen grootschalig is te realiseren. Opslag in batterijen is vooralsnog een betere, haal- en schaalbare oplossing. Thuisbatterijen helpen de consumenten op de weg ‘van consumer naar prosumer’. De accusystemen, die in rcente jaren op de markt zijn gekomen, slaan namelijk niet alleen de eigen zonne-energie op, maar faciliteren ook de verkoop van de opgeslagen of bij een gunstige marktprijs verkregen zonne-energie tegen een hogere dan de inkoopprijs. Hier en daar valt te lezen, dat de financiële en milieutechnische voordelen nog beperkt zijn, maar wel interessant wanneer de salderingsregeling komt te vervallen. Dat gebeurt overigens al op 1 januari 2027. De consument heeft wel een dynamisch energiecontract nodig om zich via zijn energieleverancier te kunnen bewegen – ook financieel – op de elektriciteitsmarkt. De toenemende netcongestie maakt het ‘prosumer-schap’ extra interessant, omdat bij congestie-problemen de stroom uit thuisbatterijen een hogere vergoeding oplevert. Bovendien laad ik mijn Volvo XC40 op tijdens goedkope uren (nu 8 tot 12 cent/kWh).



Screenshots van de Zonneplan-app met enkele voorbeelden van de werking van de Nexus-thuisbatterij van 20 kWH, aangestuurd door Powerplay. Het eerste scherm toont kosten (gas=groen, stroom=grijsgroen) en opbrengsten (teruglevering=geel; netverdiensten=groen)
Halverwege 2025 besloot ik tot een marktoriëntatie, daartoe aangespoord door reclames van diverse leveranciers van thuisbatterijen. Na grondige bestudering van meerdere aanbiedingen en na lezing van allerhande literatuur – tegenwoordig snel te vinden via AI-robots als ChatGPT. Gemini en Copilot – koos ik voor de Nexus-batterij van Zonneplan. Ik kocht de 20 kWh-batterij – feitelijk een opbouw van vier 5 kWh-elementen – gekoppeld aan een omvormer met 10 kWh vermogen. De zonnepanelen hielden hun eigen SMA-omvormers. De monteurs bouwden de installatie in drie uur op, tegen de muur van de garage, naast de SMA-omvormers van de respectievelijk 12 en 6 zonnepalen. Voor het laden en ontladen van de Nexus-batterij is weer een omvormer nodig. Aan enig capaciteitsverlies valt dus niet te ontkomen. Maar de ervaring leert, dat de combinatie van teruglevering (eigen zonnestroom) en netverdiensten (dynamisch contract) een forse besparing oplevert. Zonneplan raamde die jaarlijkse besparing op €1000 tot €1800, afhankelijk van de inkomsten door de oplossing van incidentele netcongesties. in het laatste kwartaal van 2025 scoorde ik gemiddeld €62/maand aan nevendienst, in het eerste kwartaal van 2026 €85/maand. Zelf raam ik de totale opbrengst voor 2026 op €1400.
Van ‘consumer’ naar ‘prosumer’ is niet alleen een technologische maar ook een persoonlijke uitdaging. Ik wijs vooral op de mogelijke besparing op het gasverbruik door een selectiever gebruik van de thermostaat. Deze besparing vraagt extra aandacht nu door de geopolitieke ontwikkelingen de gasprijs fors is gestegen, van aanvankelijk €1,12 naar tijdelijk €1,46 en nu op 23 april 2026 – 1,32/kubieke meter. Een warmtepomp kan soelaas bieden. Toch zie ik daar voorlopig van af. Waar ik wel op let zijn de dagen en tijden, waarop de uurprijzen voor elektriciteit laag zijn: meestal tussen 11.00 en 15.00 uur. Door het grote aanbod van wind- en zonne-energie dalen de stroomprijzen vaak tot waarden tussen 7 en 13 cent/kWh: een zeer aantrekkelijke prijs voor het opladen van mijn Volvo XC40 P8, die mij – afhankelijk van het jaargetijde – in staat stelt tussen 300 en 420 km te rijden op als ‘prosumer’ zelf opgewekte stroom zonder uitstoot van CO2. Het is intussen bijna een halve eeuw geleden, dat ik als pas beëdigd lid van de Tweede Kamer de vraag moest beantwoorden, met welke onderwerpen ik me zou gaan bezig houden. Milieubeheer, wetenschapsbeleid en volksgezondheid stonden hoog op mijn lijst. Binnen een jaar kwam daar kernenergie bij, en kort daarop het energiebeleid in ruime zin. Ik kon toen niet weten, dat milieu- en energiebeleid mij zouden blijven boeien en bezighouden, tot op de dag van vandaag, nu zelf als ‘prosumer’.



















































































