Terugblik op een spannende dag: 3 maart 2026: de dag van de beker-kraker tussen NEC en PSV; de dag ook van een tweede poging om in de Bruuk mijn straffe benen in beweging te krijgen na een mislukte wandeling, een week eerder
Hoewel nog enkele weken te gaan waren voordat de lente zou gaan beginnen, leek de winter in de tweede helft van februari echt voorbij te zijn. De warme zon en de aangename temperatuur brachten mij eerder dan in voorgaande jaren naar de Bruuk, het mooie natuurreservaat tussen de Horst en Bredeweg, dat al heel wat jaren mijn wandeldomein is, ook nu ik al twee jaar alleen op pad moet gaan. De herinneringen aan de banken, waar Ans en ik meestal uitrustten – vooral in de dagen, dat zij zich met een rollator moest voortbewegen – zitten mij niet dwars. Integendeel. Herinneringen bieden troost en sterkte, elke keer opnieuw. Toch moest ik mijn eerste grote wandeling van 2026 in de Bruuk voortijdig afbreken. De paden waren door de februari-regen op sommige plaatsen moeilijk begaanbaar. Maar ik merkte ook, dat het lopen mij erg veel moeite kostte. Ik had overigens al ruim een week last van een zware verkoudheid, die gepaard ging met langdurige hoestbuien. Koorts had ik gelukkig niet.
Berichten over de opkomende griep deden vermoeden, dat de wel gehaalde griepprik deze keer geen bescherming bood. Een forse loopneus, zware moeheid en buikklachten deden mij denken aan de verschijnselen van de coronabesmetting, drie jaar geleden. Een dag na de afgebroken wandeling voelde ik pijn aan beide wangen, en zag ik een forse verdikking onder mijn rechteroor. De huisarts bevestigde mijn vermoeden, dat de speekselklieren ontstoken waren. Vreemde geluiden in de longen en tijdelijke kortademigheid completeerden het beeld. De huisarts schreef een antibioticakuur voor. Ook vond hij het verstandig de luchtwegen te reinigen met een inhalator. Tot mijn verrassing sloeg de antibioticakuur snel aan. Na twee dagen werd de pijn al minder. Ook de verdikking onder mijn rechteroor werd kleiner. De vreemde geluiden in de oren en de longen verdwenen minder snel, hoe wel ook daar herstel merkbaar was.

De tweede wandelpoging in de Bruuk slaagde wonderwel, en dat op de dag, waarop NEC in de Goffert PSV zou ontmoeten voor de halve finale van de KNVB-beker. Ik keek vol verwachting uit naar die topwedstrijd, maar ook met een zekere bezorgdheid. De laatste vier competitiewedstrijden waren immers teleurstellend verlopen: twee punten uit vier wedstrijden: dat was een te mager resultaat voor een potentiële Europa-ganger. Op een van de Bruukse banken stelde ik me desondanks voor, dat NEC voor een verrassing zou kunnen zorgen. Dat ik in de stilte van de Bruuk aan voetbal dacht, lag voor de hand, niet alleen vanwege de datum, maar ook omdat ik maar liefst zes voetbalvelden tegenkom op de heen- en terugweg naar en van de Bruuk: Orion in Nijmegen, en de rest in Groesbeek: Germania, Achilles, DVSG (de Horst), de Treffers en Rood-Wit (Bredeweg). Alleen de velden van Groesbeekse Boys liggen niet op de route.

Eenmaal aangekomen op grote parkeerplaats aan de zuidkant van de Bruuk genoot ik opnieuw van het fraaie landschap, met aan de oostkant een mooi zicht op het nabijgelegen Reichswald. De wilgen langs de ingangsweg waren beurtelings gesnoeid (waarom eigenlijk?). De zon maakte van de kennelijk schoongemaakte watergangen zilveren linten langs de landweg, die de Bruuk van zuid naar noord doorklieft. De bomen en struiken lopen nog niet uit. Hier en daar is het nieuwe riet al zichtbaar, vooral in leine en wat grotere waterplassen, maar de moerasgrasvelden houden voorlopig nog hun lichtgele kleur. Enkele vogelgeluiden doorbreken de stilte. Een eenzame fietser groet mij met een herkenbare Groesbeekse tongval. Ik wandel verder in noordelijke richting, op weg naar een van de banken: een mooie plek om uit te rusten, rond te kijken en de stilte te ondergaan.

Die stilte zette mij aan het denken over wat enkele uren later te wachten stond: de halve finale om de KNVB-beker tussen NEC en PSV, ongetwijfeld in een afgeladen Goffert. Zelf zou ik de wedstrijd op TV gaan volgen, op mijn eentje, maar niet minder intens dan in het stadion. De tijden van het passe-partout zijn voorbij, het gemakkelijk voortbewegen op de steile tribune ook. Maar de belangstelling voor het wel en wee van NEC is er niet minder om. Integendeel. Ruim op tijd schakelde ik in. De geweldige sfeer in de Goffert maakte de spanning niet minder, wel dragelijker. Het lange spandoek van de sfeermakers trok meteen de aandacht. Vanaf het eerste fluitsignaal boeit de wedstrijd tussen gelijkwaardige teams. Het spel golft heen en weer, meestal via de omschakelmomenten, de een nog verrassender dan de ander. Kansen rijgen zich aaneen ook. De fans krijgen geen ogenblik rust, laat staan de spelers, die met een ruststand van 2-2 de gelijkwaardigheid van NEC en PSV tonen.



Al mot ik Krupe, het door de NEC-fans bij het begin van de tweede helft uit volle borst meegezonden Nijmeegs stadslied, bezorgde mij zelfs thuis kippevel. Al snel bleek, dat NEC met drieste plannen uit de kleedkamer was gekomen. De hernieuwde voorsprong was dan ook geen verrassing, wel dik verdiend. NEC werd de betere ploeg, de bovenliggende partij zouden kenners zeggen. Toen het laatste fluitsignaal klonk, maakte zich een enorme ontlading van het stadion meester. NEC onderstreepte met de bekerzege op de toekomstige landskampioen, dat de club zich genesteld heeft in de top van de Nederlandse voetbalpyramide.



Ik citeer de NRC, die Jasper Cillesen ook wel had mogen noemen: Bij NEC, misschien wel de meest spannende ploeg van dit seizoen, bleven ze maar sprinten – en dan meestal naar voren. Met voorop de immer fitte 35-jarige Bryan Linssen, de sluwe aanvaller die op iedere bal en tegenstander afrende. Het publiek ging voor hem staan en gaf applaus, toen hij een kwartier voor tijd gewisseld werd. Volledig moegestreden. Even later gevolgd door die andere ervaren geslepen kracht, aanvoerder Tjaronn Chery – op zijn 37ste bezig aan zijn derde jeugd

Was de wens de vader van de gedachte: een fraaie overwinning van NEC op een ongenaakbaar geacht PSV. Of voelde ik tijdens mijn wandeling door de Bruuk een serieus voorteken van een voor NEC en Nijmegen goede afloop? Zo ja, dan moet ik op 19 april – de dag van de bekerfinale in de Rotterdamse Kuip – opnieuw gaan wandelen in de Bruuk, waar het landschap zich dan volop met de kleuren van de lente tooit. Waarschijnlijk denk ik dan ook terug aan de bekerfinale van 20 mei 1993 tussen Ajax en Herenveen, toen ik vanwege de ziekte van bondsvoorzitter Jo van Marle als vicevoorzitter KNVB samen met 2e vicevoorzitter Jos Staatsen minister Hedy ‘d Ancona mocht begeleiden bij de uitreiking van de beker en de onderscheiding van de spelers. Dat was een onvergetelijke dag: de eerste en laatste keer, dat ik in de Kuip op de middenstip mocht staan. De Amsterdammers wonnen in 1993 met 6-2 van de Friezen. Zouden soortgelijke cijfers in het verschiet liggen, wanneer NEC en AZ om de zilveren dennenappel strijden, of wordt de finale beslist zoals de halve finale. met een doelpunt verschil? De Treffers keren op 19 april 2026 terug naar Groesbeek met de groene dennenappel, en NEC hopelijk naar Nijmegen met de zilveren dennenappel.









































































